

Er waren eens drie biggetjes: Stella, Jack en Bowie. Ze woonden samen in een klein huisje. Op een dag zei Stella: 'We moeten allemaal een eigen huis bouwen!' Jack knikte. 'Ja, voor als Henri de Wolf komt!' Bowie sprong op en neer. 'Dat wordt leuk! Ik begin meteen!' De drie biggetjes pakten hun spullen en gingen aan de slag.

Bowie wilde snel buiten spelen. Ze vond een grote stapel stro. 'Perfect!' riep ze. In één middag bouwde ze een huisje van stro. Het was klaar! Maar toen de avond kwam, voelde Bowie de wind. 'Brrr, het is koud hier,' zei ze. De wind floot door alle spleten. Bowie trok haar paarse jurkje wat strakker om zich heen.

Jack had een ander idee. 'Ik maak een supersterk huis van steen!' Hij stapelde grote grijze stenen op elkaar. Het sjouwen was zwaar werk. Dag na dag sleepte Jack stenen aan. Wel honderd dagen lang werkte hij! Eindelijk was het af. Jack ging naar binnen. 'Waarom is het zo donker en kil?' vroeg hij zich af.

Stella had goed nagedacht. 'Ik ga voor houtskeletbouw!' vertelde ze. In een schone fabriek werden muren en dak gemaakt. Alles paste als een houten puzzel. Een grote vrachtwagen bracht de onderdelen. Stella zette haar huisje supersnel in elkaar. Binnen was het heerlijk warm. 'Dit is perfect!' lachte Stella trots. De bomen groeiden gewoon weer aan.

Op een zonnige dag kwam Henri de Wolf uit het donkere bos. Zijn buik rommelde van de honger. Hij snuffelde en rook de biggetjes. 'Mmm, daar!' gromde hij. Henri liep naar het eerste huisje. Het was het strohuisje van Bowie. 'Biggetje, laat me binnen!' riep Henri met een griezelige stem. Bowie verstopte zich snel achter een strobaal.

'Nooit!' riep Bowie dapper. Henri grijnsde breed. Hij nam een diepe hap lucht. Toen blies hij: 'WOESJ!' Het stro vloog alle kanten op! De muren vielen om. Het dak waaide weg. Bowie rende zo hard ze kon. 'Help, Jack!' schreeuwde ze. Ze rende naar het stenen huis van haar broer. Jack deed snel de deur open en Bowie dook naar binnen.

Henri volgde Bowie naar het stenen huis. 'Biggetjes, laat me binnen!' brulde hij. Jack riep: 'Nooit!' Henri probeerde te blazen, maar stenen bewogen niet. Toen kreeg hij een nieuw idee. Henri sprong omhoog en stampte keihard: 'BOEM! BOEM!' Het was een nep-aardbeving! Het zware huis was te stijf. Er kwamen grote scheuren in de muren. Stenen brokkelden af!

'We moeten naar Stella!' riep Jack. Bowie en Jack renden naar buiten. Henri probeerde hen te pakken, maar ze waren te snel! 'Stella, help ons!' riepen ze samen. Stella deed haar deur open. 'Kom snel binnen!' De twee biggetjes doken naar binnen. Stella deed de deur stevig dicht. Henri stond nu voor het houten huis. Hij lachte gemeen.

'Dit houten huisje blaas ik zo om!' riep Henri. Maar Stella lachte. 'Probeer maar!' Henri sprong omhoog: 'BOEM! BOEM!' Het houten huisje bewoog een beetje mee, net als een boompje in de wind. Er ging niets kapot! Henri sprong weer en weer. Maar het huis bleef staan. Hout is licht en flexibel. Henri werd moe. 'Dit werkt niet!' hijgde hij.

Henri werd boos. 'Dan steek ik het aan!' Hij pakte vuur en hield het bij de muur. Maar Stella keek rustig door het raam. 'Massief hout brandt niet makkelijk,' zei ze. Het hout kreeg alleen een klein zwart korstje. Binnenin bleef de muur sterk en veilig. Henri gooide het vuur weg. 'Dit lukt niet!' Hij was nu doodmoe van al het blazen en stampen.

Henri zuchtte heel diep. Zijn poten deden pijn. Zijn keel was rauw van het brullen. 'Ik geef het op,' bromde hij verdrietig. De wolf liep langzaam terug naar het donkere bos. Hij keek niet meer om. De drie biggetjes keken door het raam. 'Hij komt nooit meer terug!' juichte Bowie. Jack en Stella lachten opgelucht. Ze waren eindelijk veilig!

Stella, Jack en Bowie waren dolblij. Ze dansten door het warme houten huis. 'Houtskeletbouw is het allerbeste!' zong Stella. Jack knikte: 'Het is supersnel gebouwd!' Bowie sprong: 'En het warmste huisje!' Samen keken ze naar buiten. De bomen groeiden vrolijk verder in het bos. 'Nu bouwen jullie ook een houten huis,' zei Stella. En dat deden ze! Ze leefden nog lang en gelukkig.