

Op de boerderij spelen Kato, Tuur en Dobey tikkertje. Plots klinkt een harde sirene. In de verte stijgt grijze rook op. Een rode brandweerauto flitst voorbij. “Wat gebeurt daar?” vraagt Kato. “Laten we kijken!”

Ze rennen naar het dorp, hand in poot. Bij een schuurtje blussen brandweerlieden vlammen. Mensen kijken veilig toe. Een grote hond met rood hesje komt aanlopen. “Ik ben Max,” zegt hij. “De dieren moeten weg.”

“Kunnen we helpen?” vraagt Kato. Max knikt. De brandweercommandant reikt kleine helmen aan. “Blijf bij elkaar en volg mijn aanwijzingen,” zegt hij. Tuur tikt zijn blauwgroene schild. Dobey kwispelt dapper.

“In de tuin staan kippen en konijnen,” zegt Max. Kato straalt. “Ik haal de kippen.” Tuur knikt. “Wij nemen de konijnen, hè Dobey?” “Woef, ik ben klaar,” blaft Dobey vrolijk.

Kato loopt rustig naar het kippenhok. “Kom, dames, deze kant,” kakelt ze lief. Ze fladdert met haar rode sjaaltje. De kippen volgen haar pik-pik. Samen stappen ze naar het veilige grasveld.

Tuur opent voorzichtig het konijnenhok. “Rustig ademhalen,” zegt hij wijs. Dobey legt zijn warme neus tegen een trillend konijntje. “Je bent veilig,” fluistert hij. De konijnen hupsen achter hen aan naar het hek.

Een poort klemt vast. Rook waait even langs. Dobey zet zijn poten stevig en duwt. Tuur kantelt zijn sterke schild tegen het hout. Kato telt: “Drie, twee, één!” De poort springt open.

Max rent voorop en wijst het veilige pad. “Hierheen!” blaft hij. De commandant steekt zijn duim op. “Goed gedaan, team!” De vlammen worden kleiner. Iedereen ademt opgelucht uit.

Een brandweerman reikt Tuur de slang. “Alleen vasthouden samen met mij,” zegt hij. Tuur knikt en voelt de krachtige straal. Kato telt de kippen. Dobey telt de konijnen. “Allemaal veilig,” zegt Max.

De brandweerauto glimt in de zon. Kato mag even de sirene aantikken. “Wie-waa!” lacht ze. Tuur rolt voorzichtig een slang op. Dobey past een klein brandweerpak. “Ben ik niet supercool?” roept hij.

De commandant reikt badges uit. “Voor jullie moed en samenwerking,” zegt hij trots. Max kwispelt breed. Kato knikt dankbaar. “Samenwerken was het leukst,” zegt Dobey. Tuur glimlacht: “Teamwork is onze superkracht.”

Op de terugweg praten ze na. “Spannend, maar de dieren zijn veilig,” zegt Kato. Thuis hangen ze badges op. Ze spelen brandweer met de tuinslang. “Beste dag ooit!” roepen Tuur en Dobey.
--:--
--:--
0/12