cover
On the sunny farmyard at noon, Tuur, Kato and Dobey freeze mid-tag. A red fire truck speeds past the wooden fence, siren flashing, grey smoke curling on the distant horizon.
Op de boerderij spelen Kato, Tuur en Dobey tikkertje. Plots klinkt een harde sirene. In de verte stijgt grijze rook op. Een rode brandweerauto flitst voorbij. “Wat gebeurt daar?” vraagt Kato. “Laten we kijken!”
Outside a smoking village shed on a hazy afternoon, firefighters spray water. Tuur and Kato arrive beside a large dog wearing a red vest, bright flames reflecting in their wide eyes.
Ze rennen naar het dorp, hand in poot. Bij een schuurtje blussen brandweerlieden vlammen. Mensen kijken veilig toe. Een grote hond met rood hesje komt aanlopen. “Ik ben Max,” zegt hij. “De dieren moeten weg.”
Beside the smoky shed in late-day light, Brandweercommandant kneels by the firetruck. He hands child-sized helmets to Tuur, who pats his blue-green shell proudly, while Dobey stands nearby wagging his tail.
“Kunnen we helpen?” vraagt Kato. Max knikt. De brandweercommandant reikt kleine helmen aan. “Blijf bij elkaar en volg mijn aanwijzingen,” zegt hij. Tuur tikt zijn blauwgroene schild. Dobey kwispelt dapper.
In the smoky garden at dusk, a large dog wearing a red vest points toward coops and hutches. Kato beams, tugging her red scarf, and Tuur nods solemnly beside her.
“In de tuin staan kippen en konijnen,” zegt Max. Kato straalt. “Ik haal de kippen.” Tuur knikt. “Wij nemen de konijnen, hè Dobey?” “Woef, ik ben klaar,” blaft Dobey vrolijk.
On the smoky farm lawn under soft evening light, Kato flutters her red scarf. She gently leads a line of clucking chickens from the wooden coop toward the safe, green grass.
Kato loopt rustig naar het kippenhok. “Kom, dames, deze kant,” kakelt ze lief. Ze fladdert met haar rode sjaaltje. De kippen volgen haar pik-pik. Samen stappen ze naar het veilige grasveld.
Beside a smoldering shed at twilight, Tuur carefully opens the wire rabbit hutch. Dobey presses his warm nose to a trembling bunny, guiding the hopping rabbits toward the garden gate.
Tuur opent voorzichtig het konijnenhok. “Rustig ademhalen,” zegt hij wijs. Dobey legt zijn warme neus tegen een trillend konijntje. “Je bent veilig,” fluistert hij. De konijnen hupsen achter hen aan naar het hek.
Amid drifting smoke in the farmhouse courtyard, Tuur braces his blue-green shell against a jammed wooden gate. Dobey pushes with sturdy paws while Kato counts down beside them.
Een poort klemt vast. Rook waait even langs. Dobey zet zijn poten stevig en duwt. Tuur kantelt zijn sterke schild tegen het hout. Kato telt: “Drie, twee, één!” De poort springt open.
On the village lane under orange firelight, a large dog wearing a red vest trots ahead pointing to safety. Tuur follows while Brandweercommandant raises a thumbs-up beside shrinking flames.
Max rent voorop en wijst het veilige pad. “Hierheen!” blaft hij. De commandant steekt zijn duim op. “Goed gedaan, team!” De vlammen worden kleiner. Iedereen ademt opgelucht uit.
Outside the charred shed in bright morning light, Tuur grips the heavy fire hose alongside a firefighter. Water arcs powerfully toward the glowing embers.
Een brandweerman reikt Tuur de slang. “Alleen vasthouden samen met mij,” zegt hij. Tuur knikt en voelt de krachtige straal. Kato telt de kippen. Dobey telt de konijnen. “Allemaal veilig,” zegt Max.
Beside the gleaming red fire truck on a sunny afternoon, Kato taps the silver siren laughing. Dobey poses proudly in a miniature firefighter suit, hose coils glinting nearby.
De brandweerauto glimt in de zon. Kato mag even de sirene aantikken. “Wie-waa!” lacht ze. Tuur rolt voorzichtig een slang op. Dobey past een klein brandweerpak. “Ben ik niet supercool?” roept hij.
Inside the quiet station hall under warm ceiling lights, Brandweercommandant pins shiny teamwork badges onto Tuur’s yellow belly. Dobey stands beside them, tail wagging proudly.
De commandant reikt badges uit. “Voor jullie moed en samenwerking,” zegt hij trots. Max kwispelt breed. Kato knikt dankbaar. “Samenwerken was het leukst,” zegt Dobey. Tuur glimlacht: “Teamwork is onze superkracht.”
In their sunny backyard late afternoon, Tuur sprays the garden hose like a fire nozzle. Kato waves her red scarf while Dobey leaps through the sparkling water, badges gleaming on the fence.
Op de terugweg praten ze na. “Spannend, maar de dieren zijn veilig,” zegt Kato. Thuis hangen ze badges op. Ze spelen brandweer met de tuinslang. “Beste dag ooit!” roepen Tuur en Dobey.
--:--
--:--
0/12