

In een kleurrijk dorp woonde Zuri, een vrolijk meisje van zes jaar. Overal klonken trommels en vrolijke liedjes. De mensen dansten in de straten. Zuri danste ook, maar ze voelde dat er iets ontbrak. "Ik heb mijn eigen ritme nog niet gevonden," zuchtte ze. Haar mama gaf haar een knuffel. "Je vindt het wel, lieverd. Luister met je hart." Zuri keek naar het bos achter het dorp. Misschien vond ze daar haar antwoord.

Zuri wandelde het bos in. Opeens hoorde ze een zachte baslijn. "Wat is dat?" fluisterde ze. Ze volgde het geluid dieper het bos in. Daar stond een bijzondere boom. Zijn stam trilde als een drum. De bladeren ritselden als shakers. "Hallo, Ritmeboom," zei Zuri zacht. Ze raakte de wortels aan. Ze gloeiden warm en gouden. "Wauw!" riep Zuri blij. De boom voelde alsof hij leefde. Zuri voelde haar hart sneller kloppen.

Een specht vloog naar Zuri toe. "Tik-tok-tik-tok!" Hij trommelde op de boom. "Dat is een sterk ritme," lachte Zuri. Een grote olifant kwam langzaam naderbij. "Boom-boom-boom," stampte hij rustig. "Dat is een diep ritme," zei Zuri. Kleurrijge vogels zongen samen in de boom. "La-la-la-lee!" Hun stemmen klonken als een koor. "Jullie zingen zo mooi samen!" riep Zuri. De specht piepte: "Luister naar je hartslag, Zuri. Dat is jouw ritme."

Zuri rende terug naar het dorp. Er was een groot feest begonnen. Maar opeens stopte alle muziek. Iedereen keek verdrietig. "Geen muziek meer," zeiden de mensen. Zuri sloot haar ogen. Ze legde haar hand op haar hart. "Boom-tsjak-boom-tsjak," voelde ze. Zuri begon te klappen op dat ritme. De Ritmeboom hoorde haar! Magische muziek stroomde uit het bos. Iedereen begon te dansen en te lachen. "Zuri vond haar ritme!" riepen ze blij. Het dorp danste tot de sterren schenen.